Mijn brief aan Etty Hillesum

Begin maart schreef ik een brief voor de schrijfwedstrijd van de Volkskrant: Schrijf een brief aan Etty Hillesum. Ik kreeg de volgende reactie:

Dankjewel voor de brief aan Etty Hillesum die we van je ontvingen. Met jou zijn 272 andere schrijvers in de pen geklommen om Etty een brief uit het heden te sturen. Na een uitgebreide beraadslaging heeft de jury voor elk van de twee leeftijdscategorieën (achttien plus en jonger dan achttien) een brief geselecteerd die wat hen betreft het beste beantwoordde aan de vraag die wij jullie stelden. Helaas moet ik je meedelen dat jij niet tot de winnaars behoort.

De jury was onder de indruk de vele manieren waarop het werk van Etty Hillesum brievenschrijvers heeft geraakt, getroost en aan het denken gezet. We willen alle schrijvers danken voor het delen van hun soms zeer persoonlijke verhalen over hun relatie met Etty’s werk. Etty Hillesum hoopte dat haar werk toekomstige lezers zou inspireren. Na het lezen van alle brieven kunnen we concluderen dat dit is gelukt.

Benieuwd naar wat ik schreef? Je leest mijn ingezonden brief hieronder.

Lieve Etty,

Weglopend vanuit voormalig kamp Auschwitz, kijk ik achterom en realiseer ik me: jij hebt dit beeld nooit gezien. Jij werd gedeporteerd naar Auschwitz en jouw leven stopte daar, op negenentwintigjarige leeftijd. De kou kruipt langs mijn enkels omhoog, maar het is niet de kou die blijft hangen. Het is het ontnemen van menselijkheid, de moordfabriek en het volledig willen uitroeien van een volk.

Met het Nederlands Auschwitz Comité ben ik op een reis die geen reis is maar een confrontatie. In de eerste plaats een confrontatie met het verleden van mijn familie. We lopen, we luisteren en we praten. En het verdriet fluistert door onze tranen bij het bezoeken van de voormalige concentratie- en vernietigingskampen Auschwitz, Majdanek en Sobibor.

Voor mij ook een confrontatie met het heden, want wat hebben we geleerd van de Tweede Wereldoorlog? Het is vandaag 5 maart 2026, een tijd waarin de wereld opnieuw in brand staat en de voorzitter van de NAVO ons vertelt dat we ons moeten voorbereiden op een oorlog. Of is die al begonnen met de aanval op Iran door Amerika en Israël? Met in Amerika een president die ICE heeft aangezet tot het opjagen van ongedocumenteerden, met de oorlogen in Oekraïne en in Gaza.

In je boek Verstoorde leven schrijf je dat je de wereld niet kunt verbeteren door haar te haten, maar alleen door in jezelf een plek te bewaren waar het menselijk blijft. Op deze plek, waar de geschiedenis schreeuwt, voel ik hoe gemakkelijk het zou zijn om die hoop los te laten. Om te zeggen: dit is wat mensen zijn. Punt. Maar jij deed dat niet. Jij bleef vragen stellen waar anderen misschien al conclusies hadden getrokken.

Wanneer ik onder het bord Arbeit macht frei door loop, bedenk ik dat niet alleen voormalig kamp Auschwitz een waarschuwing is, maar ook de aanloop ernaartoe. Het begon in de jaren dertig niet met gaskamers, maar met woorden, met propaganda en het aanwijzen van zondebokken. Gelijke mechanismen als fascisme zijn ook vandaag de dag zichtbaar. Hoe zou jij daar nu naar kijken en op reageren? Met: hoe langer het verzet uitblijft, hoe hoger de prijs?

Ik voel hier dat ik niet kan, niet mág verzaken en wegkijken van wat er speelt in de wereld. Ik zie én merk de toenemende polarisatie, het groeiend antisemitisme en racisme. Het debat verhardt. In een tijd waarin beelden razendsnel verspreid worden, is het steeds moeilijker om te weten of wat we zien klopt. Foto’s, video’s, sociale media, alles kan gemanipuleerd zijn of dienen als propaganda. Ons vertrouwen in de werkelijkheid staat onder druk. Mensen nemen vaak klakkeloos aan wat ze zien op beelden en dat maakt het makkelijk om meningen te sturen, angst te zaaien of groepen tegen elkaar op te zetten. Het vermogen om kritisch te kijken, vragen te stellen en meerdere perspectieven te onderzoeken is daardoor belangrijker dan ooit.

Dichter bij huis had ik een gesprek na mijn lezing over mijn geschiedenis als tweede generatie overlevende van de Holocaust. Over mijn grootouders, die zijn vergast in Sobibor, en over wat dat met mij heeft gedaan. Toen ik op het punt stond snel naar m’n trein te lopen na de lezing, sprak een jonge vrouw met een hidjab me aan. ‘Knap dat je jouw verhaal nog durft te delen, want de oorlog in Gaza bezoedelt de Holocaust.’ Hoe zou jij gereageerd hebben, Etty? In de trein naar huis, turend naar de voorbijflitsende weilanden met koeien, kwam daar die andere vraag: mag ik mijn verhaal nog wel blijven vertellen en mogen we nog wel herdenken?

En nu ik in Polen ben, op plekken kom waar verschrikkelijke dingen zijn gebeurd, weet ik dat de vraag eerder is: moeten we niet blijven kijken naar hoe het zover heeft kunnen komen? Naar de ontmenselijking. Toen… én nu. Naar hoe mensen die niet op onszelf lijken tot een bedreiging worden gemaakt, en hoe angst langzaam beleid wordt? Verbinding ontstaat door elkaar te leren kennen en elkaars geschiedenis serieus te nemen.

Terwijl het kamp inmiddels achter mij ligt en de weg zich voor me uitstrekt, neem ik dat met me mee. Als troost én als opdracht. Om te blijven opletten en mezelf uit te spreken, juist wanneer het moeilijk wordt. Om de mens niet af te schrijven, ook niet wanneer alles daar reden toe lijkt te geven. Dat is wat jij me leert: dat goedheid geen naïviteit is, maar een radicale keuze die het verschil maakt. Elke dag opnieuw.

Liefs!
Mathilda

Deel dit bericht: