Je bent niet je gedachten.
Je hébt gedachten.
Een gedachte is iets wat voorbij komt. Net als een wolk aan de lucht. Soms donker, soms licht, maar jij bént niet die wolk.
Je bent niet boos.
Er is boosheid.
Je bent niet verdrietig.
Er is verdriet.
Je bent niet bang.
Er is angst.
Door taal veranderen we soms ongemerkt onze relatie met wat we voelen. Zodra we zeggen: “ik ben boos”, maken we de emotie onderdeel van onze identiteit. Alsof het zegt wie we zijn.
Alleen gevoelens zijn bezoekers. Ze komen binnen, willen gezien worden en verdwijnen weer.
De vraag is dan:
“Kan ik aanwezig blijven bij wat er nu is, zonder dat het mij overneemt?”
Hoe doe jij dat?


